Spraakherkenning: de mythes ontkracht

< Terug
Gepost op 27 mei 2019 door Selma McKennan, Training Consultant

Als trainer bij G2 Speech merkt Selma dagelijks de voordelen van spraakherkenning op persoonlijk en zakelijk gebied. Ze weet dat sommige professionals terughoudend zijn en ze hoort regelmatig over de veel voorkomende mythes en vooroordelen die er zijn ten aanzien van deze technologie. In deze blog ontkracht Selma deze mythes en ze licht tevens de praktische toepassing van deze technologie toe.

“Wanneer ik voor de eerste keer naar een ziekenhuis, kliniek of bedrijf ga of op een nieuwe afdeling kom, zet ik mezelf schrap voor de eventuele terughoudendheid van de klant, terwijl ik voor mezelf nog eens de vele voordelen die mijn training en spraakherkenning kunnen bieden herhaal. Ik kreeg verhalen te horen over hoe deze technologie in de praktijk werd toegepast 15 jaar geleden. Met de onderstaande toelichtingen wil ik proberen om een aantal van deze mythes te ontkrachten en tevens de toegevoegde waarde van spraakherkenning duidelijk te maken.”

Mythe 1: Spraakherkenning werkt niet in de praktijk.

In het verleden toen spraakherkenning net op de markt kwam, was deze technologie een stuk trager, wat vaak tot frustratie leidde aangezien er veel tijd besteed moest worden in de optimalisatie ervan. Vandaag de dag is deze technologie veel verder ontwikkeld, processors zijn sneller en de algoritmes zijn efficiënter. Spraakherkenning is intussen wereldwijd geaccepteerd op de werkvloer. Ziekenhuizen en advocatenkantoren hebben onze toepassingen van spraakherkenning in hun werkwijze geïmplementeerd, waardoor tijd wordt bespaard op administratieve werkzaamheden en er persoonlijke aandacht is voor de patiënt of cliënt.

Mythe 2: Als ervaren typiste kan ik sneller typen dan de arts dicteert.

Ik heb geen behoefte aan een machine die dit voor me doet. Het is waar, sommige secretaresses typen met een fenomenale snelheid. Als elke arts een eigen secretaresse had, die dezelfde uren zou werken en direct de gedicteerde brieven kon uitwerken, zou verandering misschien niet nodig zijn. Echter, wanneer de zorgprofessional honderden brieven per dag dicteert die binnen twee werkdagen moeten worden getypt én verzonden naar de aanvrager/huisarts, kan de hulp van technologie een grote rol spelen. Achterstanden in de administratie bij ziekenhuizen bewijzen dat het documentatieproces moet worden gestroomlijnd en versneld.

Mythe 3: Wanneer de spraakherkenning niet 100% accuraat is, is het sneller het hele document te typen, in plaats van een aantal woorden te corrigeren.

Dit is natuurlijk een manier om de technologie te misleiden. Wanneer een auteur ervoor zorgt dat de gedicteerde tekst 100% overeenkomt met de geschreven tekst, dan leert de spraakherkenning hiervan. Het lerend vermogen van het persoonlijk spraakprofiel, afgestemd op een unieke dicteerstijl, woorden en stem, zorgt ervoor dat toekomstige documenten steeds beter herkend worden.

Mythe 4: De technologie is moeilijk onder de knie te krijgen, voor iemand die weinig van technologie begrijpt.

SpeechReport is zeer eenvoudig in gebruik en na slechts een uur training is het platform al gepersonaliseerd naar bepaalde voorkeuren. Bijvoorbeeld door de werklijst te sorteren en prioriteitsstatus van documenten aan te duiden naar lengte en/of de arts die ze heeft gedicteerd. Er zijn geen speciale vaardigheden nodig om het systeem te gebruiken. Het inloggen kan zelfs automatisch gebeuren bij het opstarten van de computer. Eens gestart, verschijnen direct alle openstaande documenten die aandacht vereisen, ook nog eens in de gewenste volgorde.

Mythe 5: Mijn accent wordt niet juist herkend.

Dit is juist het tegenovergestelde. De herkenning heeft geen initiële training nodig. Dit betekent dat de arts kan dicteren en het systeem herkent de woorden, ongeacht het accent of dialect, maar gebaseerd op statistiek. Aangebrachte correcties verbeteren de statistieken van het systeem.

Mythe 6: De technologie kan niet concurreren met mijn secretaresse. Met digitaal dicteren kan ik dicteren op elke gewenste snelheid, fouten maken en mijn secretaresse weet wat ik bedoel en corrigeert me.

Klopt, de technologie kan niet concurreren met de ervaring van een persoonlijke secretaresse die al jaren in het vak zit en professionele documenten kan creëren op basis van het dictaat dat ze heeft gehoord. Dit gezegd hebbende, een ziekenhuis maakt duizenden documenten per maand en het is niet mogelijk dat deze secretaresse ze allemaal kan creëren. Wanneer je kijkt naar het complete verslagleggingsproces, niet enkel de transcriptie van het document, dan is het zeker tijdbesparend.

Spraakherkenning wint kostbare tijd en hierdoor wordt geld bespaard. De perfecte brief kan worden gedicteerd terwijl de patiënt nog in het ziekenhuis is en binnen een paar dagen ontvangt de aanvrager de brief voor de noodzakelijke vervolgacties.

Met de overgang van digitaal dicteren naar spraakherkenning kunnen kleine aanpassingen aan de manier van dicteren, zoals langzamer spreken, duidelijker articuleren en het uitspreken van punten en regels, iets meer tijd in beslag nemen. Toch is dit verwaarloosbaar in vergelijking met de snelheid waarmee een verslag kan worden opgesteld en uitgestuurd, zelfs terwijl de patiënt nog in het ziekenhuis is.

Mythe 7: Het is niet mogelijk om de medische termen die gebruikt worden te herkennen.

Ook deze mythe kunnen we ontkrachten. Om de spraakherkenning te starten worden documenten die eerder door de gebruiker zijn gecreëerd in het systeem ingevoerd om te leren hoe de tekst eruitziet en welke woorden worden gebruikt. Bovendien wordt er een medisch topic geïntegreerd, zodat zowel algemene als specifiek medische woorden deel uitmaken van het woordenboek. De herkenningsengine werkt door de herkenning van de woorden die een gebruiker dicteert. Als er nieuwe woorden worden gedetecteerd, worden deze opgeslagen in het systeem en toegevoegd aan het medisch woordenboek.

{{msg1}}

{{msg2}}

Ja Nee